Absurde Tijd

alles kan slapen
alles kan gewekt worden
ogen toegeknepen
kunnen alsnog ver dragen

lang luisteren naar
porseleinen kopzorgen

een klank als een hand
dat een hoofd
weer op slaap duwt

keer op keer op keer op keer af
keer af keer af keer af keer op
keer op keer op keer op keer en

alles keert weer naar
de wrange nasmaak van vrijheid
die valt niet weg te spoelen

lees: kom en hef het glas met mij
samen alleen klinken we beter
dan enkel samen

tips trucs & lege flessen
tussen de talloze schapen
hoe vaak ga ik naar bed
zonder te gaan slapen

– Arno Moens

Advertenties

Als Het Bloedt

Overal waar ik kom
wordt er verkracht
vermoord
geneukt, geboren
er is geen houden aan

och ach echt recht wordt het nooit
fluisterden ze
tijdens het ontluisteren
waar niemand oog voor had

ach och een bocht is een draai
ronder wordt de wereld niet
ze heeft geen hoofd
en kan er dus niet op staan

eerst de dans dan het dal
dan de tand alweer te lang
en steeds de andere ten val

de wereld is even om zeep
maar komt dadelijk terug
geen nieuws is nieuws
verhalen waaien ver

als het bloedt
beroert het goed

– Arno Moens

Een Vermoedelijke Vrijdag

Op een vermoedelijke vrijdag vergeet ik
mezelf weer even. Er ligt nochtans veel
dorre afleiding op de loer en zelfs
noodzakelijke taken laat ik vallen, want
vermoedelijk verging de wereld, op een vrijdag.

Toeval of niet? Ik geloof al lang niet meer in het lot.

Misschien hebben de Maya’s gewoon de zoveelste verjaardag van de uitvinding van het weekend voorspeld.

Voor mij is er niks veranderd.

Hooguit wil ik wederom nog steeds –
geprikkeld door een albatros, vermomd als plastic zakje
en een weekdier in porselein, zo kan het er ook nog zijn.
En zo enkel zal het blijven –
een geëngageerd gedicht schrijven in schaduwgroene inkt.
Maar laat ik deze opnieuw opgelopen kalverliefdheid op de proef stellen
en het nog even uitstellen.

Sommige zaken wachten beter tot de illusie
van het weekend de alledaagsheid van de banken
spoelt en in eb vloedig vernauwt tot een berg op zee,
waar die albatros haar nest heeft en weekenddieren
hun behoefte doen in porseleinen schelpen.

En op een vermoedelijke vrijdag zal ik haar zeggen:
‘Gij zijt mijn ogen. Ik zal uw goed hart zijn.’
En ze zal niet meer weten wat ik daarmee bedoel.

– Hidde Moens

Maanisch Blusser

In mij schijnt de toxicomaan
m’n bewustzijn te slim af te zijn,
mept het fijn als een mug
met de rug van een hand,
vindt rust, in kraters
van zijn katers, maar zal ik
bij tweeënvijftig
in het daar en later
met heimwee of met spijt
terugdenken aan de tijd
van vijfentwintig, toen
levenserosie en levercirose
nog maanvlakmythes leken
en ik verdoken voor verbleken
als naïef nachtdier
in het hier en nu leefde.

– Nils Iwens

Haar Arme Vader

Soms kijk ik door tot de klei in jou,
dan wil ik woelen en kneden,
tot het de bodem is voor mijn zaaien.

Ooit kwam familie voor vrienden, vrienden
voor geliefden, maar je fundamenten zouden vallen.
Je vader, de narre koning, de halfbakken god.
Op zijn troon, je moeders billen leuningen,
haar lippen raadgevers.

Hij wou teveel gronden houden
zoals hij ze kende:
een landschap zonder water
en hij had het mooiste,
maar het armste rijk.

Enkel geliefden maken werkelijk nieuwe werelden.
Je laat het uit je bekken galmen.

– Vincent Dewerie