Woordeloos

Krom je naar me toe
Lieg me geil
Blaas me blozend
leven in een
beter weten in

en stort je
volledig
en introvert
op mij

Zwijg me dan stil
en blijf er bij
Bij de zaak

Het zaakje
Niet megalomaan doen

Verduveld stille voorwoorden
nemen
de plaats in van de plaatsing van
verduvelde muziek

De stilte tussen de muziek zegt meer dan het lawaai

Dus, liefje,
leef me in die stilte in
Zodat ik ook zonder woorden
jou bezing

– Hidde Moens

Advertenties

Een vree vrije vertaling

Weer zo’n saaie dag vol
kauwgom,
tandenstokerschijterij
en koffiemokafwasserij.
scheten tellend,
woorden spellend,
papierenvellen pellend,
mieren neukend,
breinen beukend,
oogverdovend,
z
z
zagend,
zienderogen
zwervend,
zonder
loze
lovende
woorden
weten
niets doen.

Op dagen zoals deze
zo welig futloos wezen
schilder ik nog liever
wegen op mijn muur om me ervan te overtuigen dat ik ergens naartoe ga.

– Hidde Moens, naar Going Places van Lemn Sissay

Verdrinken in de Icarische

Chinese vingerval
van beschaving;
verslaving aan techniek.

Meer techniek is de oplossing
voor de nadelige gevolgen van
meer techniek
is de oplossing voor
de nadelige gevolgen van
meer techniek
is de oplossing voor
de nadelige gevolgen van
meer techniek
is de oplossing voor
de nadelige gevolgen van
meer techniek
is de oplossing voor
de nadelige gevolgen van
meer techniek
is de oplossing voor
de nadelige gevolgen van
meer techniek
is de oplossing voor
de nadelige gevolgen van

Meer techniek
is het oplossen
van gezond verstand.

– Nils Iwens

Een gedicht over bevolking

In tegenstelling tot de dood lijkt
de geboorte een zwarte joker
gauw doorgeschoven door
in onschuld gewassen handen
die er net niet hun vingers aan verbrandden.
Groei oei oei oei, groei oei oei!
Het voelt aan alsof
we in een leugen leven.
Een heterotopie in de complexie.
We lijden werkelijk
aan een teveel van ons evenbeeld.
De wereld mankeert meer
sabeltanden, pterodactylussen en leeuwen
voor het broodnodig doorboren
van kelen.

– Nils Iwens

Absurde Tijd

alles kan slapen
alles kan gewekt worden
ogen toegeknepen
kunnen alsnog ver dragen

lang luisteren naar
porseleinen kopzorgen

een klank als een hand
dat een hoofd
weer op slaap duwt

keer op keer op keer op keer af
keer af keer af keer af keer op
keer op keer op keer op keer en

alles keert weer naar
de wrange nasmaak van vrijheid
die valt niet weg te spoelen

lees: kom en hef het glas met mij
samen alleen klinken we beter
dan enkel samen

tips trucs & lege flessen
tussen de talloze schapen
hoe vaak ga ik naar bed
zonder te gaan slapen

– Arno Moens

Als Het Bloedt

Overal waar ik kom
wordt er verkracht
vermoord
geneukt, geboren
er is geen houden aan

och ach echt recht wordt het nooit
fluisterden ze
tijdens het ontluisteren
waar niemand oog voor had

ach och een bocht is een draai
ronder wordt de wereld niet
ze heeft geen hoofd
en kan er dus niet op staan

eerst de dans dan het dal
dan de tand alweer te lang
en steeds de andere ten val

de wereld is even om zeep
maar komt dadelijk terug
geen nieuws is nieuws
verhalen waaien ver

als het bloedt
beroert het goed

– Arno Moens

Een Vermoedelijke Vrijdag

Op een vermoedelijke vrijdag vergeet ik
mezelf weer even. Er ligt nochtans veel
dorre afleiding op de loer en zelfs
noodzakelijke taken laat ik vallen, want
vermoedelijk verging de wereld, op een vrijdag.

Toeval of niet? Ik geloof al lang niet meer in het lot.

Misschien hebben de Maya’s gewoon de zoveelste verjaardag van de uitvinding van het weekend voorspeld.

Voor mij is er niks veranderd.

Hooguit wil ik wederom nog steeds –
geprikkeld door een albatros, vermomd als plastic zakje
en een weekdier in porselein, zo kan het er ook nog zijn.
En zo enkel zal het blijven –
een geëngageerd gedicht schrijven in schaduwgroene inkt.
Maar laat ik deze opnieuw opgelopen kalverliefdheid op de proef stellen
en het nog even uitstellen.

Sommige zaken wachten beter tot de illusie
van het weekend de alledaagsheid van de banken
spoelt en in eb vloedig vernauwt tot een berg op zee,
waar die albatros haar nest heeft en weekenddieren
hun behoefte doen in porseleinen schelpen.

En op een vermoedelijke vrijdag zal ik haar zeggen:
‘Gij zijt mijn ogen. Ik zal uw goed hart zijn.’
En ze zal niet meer weten wat ik daarmee bedoel.

– Hidde Moens